1905 Met de auto van Boekarest over de Kaukasus

Welnu, ik kan dat formeel tegenspreken. Ik heb drie weken in den Kaukasus vertoefd en heb gewoond aan den voet van de plek, waar zij beweren, dat de Kasbek zich verheft.

Ik verklaar nog eens, ik heb geen Kasbek gezien. Geen mijner vrienden heeft den Kasbek gezien, ofschoon een hunner, om een ogenblik ons de baas te wezen, gezworen heeft, dat hij den berg even heeft bemerkt. Hij droomde denkelijk. Dus noch de Kasbek, noch de Elbroes bestaan.

Ik zeg hier openlijk, dat, naar mijn ervaring te oordelen, de leerboeken der aardrijkskunde moeten worden herzien. De Kaukasus is geen land van hoge bergen; er zijn een paar hoge heuvels, dat is alles. Wat de dwaasheid betreft, er een ander Zwitserland van te maken, die moet geboren wezen in het brein van den een of anderen jaloerse Rus, die zich verbeeldde, dat Rusland alle vreemde landen overtrof.

Wanneer men naar mijn aanwijzingen de aardrijkskunde van Rusland zal herzien, verzoek ik, dat er ook zal worden gezegd, dat nergens de hemel dichter bij de aarde is; naar mijn gissing is hij er niet meer dan duizend meter van verwijderd en soms nog minder. Buitendien zal vermeld moeten worden, dat hij onophoudelijk in water bezig is zich op te lossen. Dat is een onverklaarbaar natuurverschijnsel, dat we voorlopig maar moeten boeken, tot tijd en wijle, dat we het zullen kunnen verklaren.

Twee dagen lang waren we bezig, aankopen te doen voor onze reis naar Perzië en wel allereerst veldbedden.

Als men nooit anders heeft gereisd dan in de grote exprestreinen, die internationaal zijn, of op de trans-Atlantische stoomboten, kan men maar moeilijk gewennen aan het denkbeeld van een land, waar men geen bed vindt om op te slapen. Toen te Parijs een vriend, die in Perzië was geweest, mij zei: “Koop een bed”, lachte ik. Een bed te transporteren leek mij onuitvoerbaar en onnodig.

Maar neen, nu zie ik in, dat men een bed moet kopen, wil men in Perzië naar bed gaan. Te Parijs heb ik mij een zeildoeken zak laten maken, dien ik in Rusland dacht te gebruiken, maar die opgevouwen in mijn valies is gebleven.

Te Tiflis kocht ik een bed, om den zak over uit te breiden. Wij vonden vrij gemakkelijke bedden, die bij den koopman bijzonder goed in en uit elkaar gingen, maar in Perzië ons veel inspanning kostten. Zij besloegen, toegeslagen, niet veel meer plaats dan een opgevouwen reisdeken en wogen elk elf kilo’s. Ze zijn maar smal, en het zijn harde rustbedden.

We zullen tijd hebben eraan te wennen.

Een van ons heeft het lumineuze idee, wasdoek over het bed te leggen, om de vochtigheid van den grond niet te voelen, want we zullen geen kamers met parketvloeren vinden boven kelders.

Met onze zes bedden hebben we zeventig kilo bagage meer. Er zullen stevige wagens nodig zijn, om ons door de woestijn te loodsen.

Wij voegen er nog bij veertig kilo conserven, hammen, sardines, foie gras, beschuitjes, confituren in massa, daar houden we allen veel van, compôte, groenten, worsten en zelfs kaas. De oude tolk, die in Perzië heeft gereisd, raadt ons twee ketels te kopen, want de Perzen beschouwen ons als onrein en zullen niet willen, dat we hun keukengereedschap gebruiken. We kopen de beide ketels en twaalf borden en voor ieder van ons een couvert plus nog zout, suiker, thee, chocolade en citroenen, theedoeken, om nog eens over te wassen, en handdoeken. Het is, of we een huishouding opzetten en of we als grote kinderen moedertje gaan spelen.

Er werd voor ons een zeer grote mand gemaakt, waarvan het gewicht bij elke etappe zal verminderen, terwijl, door een onverklaarbaar natuurverschijnsel, wij, die door den inhoud van de mand dikker moesten worden, elken dag magerder zullen worden op den tocht door de zand- en steenwoestijn.

Wij kochten nog allen caoutchouc-regenmantels.

Die hadden we ook meegenomen uit Roemenië; maar door de aanhoudende stortregens waren ze lek geworden en we lieten ze in Tiflis.

Van Tiflis naar Bakoe reed de trein achttien uren. Hij ging langzaam, maar was gemakkelijk als alle Russische treinen. Men is in Rusland niet op het idee gekomen, zes personen in een compartiment eerste klasse te stoppen. In de coupé zit men hoogstens met zijn tweeën; in de dubbele compartimenten met zijn vieren; ofschoon er acht plaatsen zijn; de banken zijn verder van elkaar dan in Frankrijk; er is een tafeltje bij elk venster en daarbij is de wagon breder dan bij ons. Tegen den avond komt de conducteur de bedden klaar maken, twee boven elkaar, en men kan lekker slapen. Er wordt geen supplement betaald zoals in de exprestreinen in Europa. Van Batoem naar Bakoe scheelt niet veel in afstand van de route Parijs-Marseille; men betaalt voor het eerste eind vijftig francs, voor het tweede zesennegentig francs; maar men doet den eersten afstand in de helft van den tijd.

Tegen den middag kregen we de Kaspische Zee te zien, grijsblauw en met schitterlichtjes door de zon.

De oevers waren kaal, met slechts hier en daar lage heuvels.

Maar daar verschijnt links een bos van zonderlinge bomen, waarboven een donkere wolk hangt. Dat zijn de boortorens of derricks van Bhala-Khané, die vreemde houten schoorstenen.

Houdt ge van soldaten, dan moet ge naar Bakoe gaan. De inwoners beklagen zich erover, dat ze overdag door de rovers worden bestolen en des nachts door de soldaten. Wij gingen in lichte rijtuigen met twee paarden en Tartaarse koetsiers rijden naar Bibi-Ebat, een petroleumonderneming aan de zee. Daar krijgen wij het treffende schouwspel van een woud van derricks, die er hun geteerde, hoekige vormen naar den hemel heffen. Er zijn lanen in dit bos gemaakt, waar het gefluit van den door de buizen jagende stoom doorheen gaat. Wolken zwarte rook worden met kracht uitgeworpen uit de schoorstenen, en er hangt steeds boven Bibi-Ebat een dichte damp. Men hoort aanhoudend het knarsen der katrollen, waar de boren aan bevestigd zijn. Buizen lopen langs de wegen; de bodem is vet en zwart, en links en rechts ziet men meren van petroleum. De petroleumvoorraad onder den grond vloeit in een vaste richting. Hier is een derrick, die niets levert, en op vijf meter afstand staan er drie of vier, die hun eigenaar een fortuin opbrengen. Er worden gangen gegraven, om de aardolie onder water te vervolgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *