1905 Met de auto van Boekarest over de Kaukasus

Ik zal den weg niet beschrijven tussen Ovidiopol en Odessa. De eenvoudige feiten zullen voor zichzelven spreken. Achtendertig kilometer liggen tussen de beide steden. Wij hebben meer dan vier uren nodig gehad, om ze af te leggen en we hebben geen ongeluk gehad.

We reisden weer in den nacht en kwamen om half elf aan.

Het kompas heeft diensten moeten bewijzen.

Meen niet, dat gij weet wat regenen is, voordat ge het in het gouvernement Cherson hebt bijgewoond. De aardrijkskundigen beweren, dat er in een jaar slechts veertig centimeters water te Odessa vallen; die hebben wij dan in twee uur tijd in hun geheel ontvangen. Een horloge, dat ik in den binnenzak van mijn tweeden overjas had onder een caoutchouc regenjas met de kap van het rijtuig omhoog, was bij aankomst vol water en modder! En ik was niet van mijn plaats geweest!

Maar diezelfden avond lagen wij uitgestrekt in mollige fauteuils in het hotel de Londres te Odessa, en pas ontsnapt aan de gevaren van de reis door Bessarabië en Zuid-Rusland, maakten wij toebereidselen voor de Krimcampagne.

Ongehaast hebben we Odessa bekeken, want al moesten we eigenlijk den 15den naar Sebastopol vertrekken, we waren te moe en besloten te wachten op de boot van den 17den.

We gingen in de stad en daarbuiten uit rijden in belachelijk kleine rijtuigjes, waar iemand, die wat dik is, haast niet in kan zitten. We bekeken de [91]kathedraal en zagen de popen met lang haar als van vrouwen. We deden inkopen van ingemaakt goed voor de Krim en brachten zoo drie prettige en nuttige dagen door.

Maandag 17 April namen wij met al onze colli’s, onze koffers en de drie auto’s de boot naar Sebastopol, en het bleek, dat we al een grote handigheid hadden verkregen in het inschepen van onze wagens. Den volgende morgen verscheen de kust van de Krim voor onze ogen en in de diepte van een baai lag daar de stad. Wij zouden er slechts zoo lang blijven, als nodig was, om ons klaar te maken voor het vertrek met de auto’s naar de kleine Tartaarse plaats Batsji-Seraï. Ons program voor den dag was het volgende. Vroeg ontbijten en vertrek om elf uur naar Batsji-Seraï op 50 kilometer afstand; van daar in het Balbekdal omhooggaan, een pas overtrekken in de bergen boven Yalta en naar die bekende badplaats, het Russische Nice, afdalen, die, naar ons gezegd werd, door het bergland honderd kilometer van Batsji is. Maar er worden ons mooie wegen beloofd. Dat werd ook tijd.

Van naam zijn de omstreken van Sebastopol genoeg bekend. Wie heeft geen herinneringen aan Alma of den Malakoff? Wij reden door Inkermann en bestegen den Malakoff heuvel, van waar we naar het Balbekdal zouden gaan. Men heeft de waarheid gesproken, want er waren wegen en goede. Het landschap was mooi, en een late lente had nog bloesems aan de amandelbomen gelaten. Te Batsji-Seraï wonen vijftien duizend Tartaren in een smal dal, een lange, schilderachtige straat, die maar niet eindigen wou. Alle inwoners liepen uit, om ons te zien.

Ik heb vaak op deze reis een gevoel, alsof wij alleen door zooveel landen trekken, om wat afleiding te bezorgen aan de bewoners van de verre steden, die we bezoeken. Wij moesten door een woest dal rijden en honderd kilometer afleggen door de bergen en over een pas, om te Yalta te komen.

Beneden was het dal dicht bevolkt, en we passeerden huisjes, in kleine tuinen gelegen bij velden, waar Tartaren werkten, maar daarna volgden eenzaamheid en stilte. Steil beklom de weg den berg. Ik zag de grote Mercedes honderd meter beneden mij en merkte hoe zij zonder moeite de scherpe bochten nam, en achter ons den wagen met de bagage, die er zich ook goed doorheen sloeg. Het werd avond; we zouden zeker niet vóór den nacht in Yalta wezen.

Wij stegen nog steeds langs den bezwaarlijken weg. Eindelijk waren we buiten het bos en niet ver van den top van den pas, toen op eens een sneeuwmuur van een meter hoog zich voor ons verhief. De grote Mercedes nam een aanloop, maar zat al gauw in de sneeuw vast. Wat te doen?

Wij waren maar twintig kilometer van Yalta en toch moesten we omkeren, niettegenstaande den erbarmelijke weg achter ons. Een honderd kilometer terug naar Sebastopol en nu in donker! Maar we hadden geen keus en daar ging het heen vliegensvlug naar beneden langs afgronden en remmend bij de scherpe bochten, terwijl de wind zich tot storm had verheven. Tegen elf uur waren we weer op den Malakoffheuvel. Daar sprong een band. Terwijl ze aan het repareren waren, gingen wij op shawls op den grond liggen, doodop van vermoeidheid en honger. Daar op de kale aarde tussen de stenen kwamen herinneringen aankloppen aan anderen, die er zoo hadden gelegen, vermoeider nog dan wij, zoo moe, dat het leven langzaam uit hen heenvloot op een avond als dezen, waarop de kogels floten als nu de wind.

Den volgende morgen liepen wij door Sebastopol en ik trachtte de opschriften te lezen op de uithangborden van de winkels.

Waarom hebben de Russen toch zo’n ingewikkeld letterschrift? Om het ons nog moeilijker te maken, hebben ze enkele letters van ons genomen, maar hebben die andersom gezet. Hun M is een T, hun P onze R. En dan verschillen de gedrukte letters van het lopende schrift en de hoofdletters van de gewone en zoo meer. Men mag zich dan ook gelukkig rekenen, als men er na een verblijf van enige weken in is geslaagd, de opschriften te ontcijferen. Wat het lezen van een geschreven adres betreft, daarop moet men maar niet hopen.

Langs de beroemde Corniche van de Krim reden we in den namiddag naar Yalta. Ons eerste uitstapje was naar het klooster Saint-Georges. Om daar te komen, moesten we den groten weg verlaten en vijftien kilometer door het veld afleggen. De boer, die ons terecht zou helpen, verdwaalde en bij een gracht moesten wij pontonnierswerk verrichten, om door vulling met aarde erover te kunnen komen. Onze dames, altijd vol moed, droegen mee stenen aan. Ofschoon ik te Parijs wel wat bezwaar had gezien in de deelneming van teêre en aan weelde gewende vrouwen aan onzen avontuurlijken tocht, hier was ik al lang gerust gesteld. Zij hadden steeds haar goed humeur behouden en onzen moed aangevuurd. Ik kan dus ieder aanraden, dames mee te nemen, maar men moet ze weten te kiezen….

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *