1905 Met de auto van Boekarest over de Kaukasus

De landauer, die de Phérékydes besteld hadden, zou er om drie uur zijn. Hij is er niet.

Om vijf uur komt hij eindelijk en men begint de bagage op te laden. Phérékyde onderzocht de wielen en ontdekt, dat een der wielen onrustbarend wiegelt en dan ook al gauw van de as afloopt. Tegen zeven uur was eerst alles klaar, en de vrienden vertrokken op een nieuwe woestijnreis.

Om acht uur gingen wij aan tafel. Wij spraken over de afwezigen. Waar zijn ze? Welke avonturen zullen ze beleven? Wij zien ze in onze verbeelding gebeukt op de slechte wegen. Kwartier vóór negen, toen wij juist ons maal eindigden, ging de deur van de eetzaal open, en op den drempel verschenen onze beide reizigers.

Zij zijn een uur bezig geweest, om de poort te bereiken door den smalle, vollen bazaar en toen ze er waren, raakte weer een wiel los. Toen bestegen ze de afgespannen paarden en gingen naar ons terug.

Phérékyde is ongerust, dat hij de boot niet op tijd zal bereiken te Enzeli. De heer Tsjirkine stuurt [174]een boodschap naar de post, waar ze voor den volgende morgen om vijf uur een rijtuig beloven. En wij gingen toen nog charades opvoeren met enkele wederwaardigheden van onze reis in Perzië.

Op Vrijdag 3 Juni sloeg voor ons het uur van vertrek. De angst om Ispahan te verlaten was groot. We zagen er tegen op als tegen een berg. Nu zouden we weer verliezen wat met zooveel moeite was veroverd, de kalme uren van de morgens onder de platanen en tussen de rozen van het consulaat, de stilte en rust op den middag, als de zon op het felst brandt, de avondwandelingen in de verlaten tuinen, waar paleizen slapen, die nooit ontwaken zullen op de roepstem van een prinses, de tochten door interessante ruïnen en de schoonheid der heldere sterrennachten.

Ispahan verlaten is weer terugvinden de vermoeienis van de reis, den zware trek door de woestijn, de drukkende warmte, het niet ophoudende stof, de onvoldoende maaltijden in de weinige schaduw van een enkelen boom, de nachten zonder slaap in stallen met muizen, de verveling aan de wisselplaatsen, de twisten met de koetsiers. Dat alles zal zich herhalen zonder het opwekkend vooruitzicht van het onbekende.

Toch moeten wij gaan. De laatste aankopen zijn gedaan. Meubelmakers pakken voor ons in.

Om vier uur zijn de vier landauers voor. Wij zullen ons daarin installeren. Er zijn echte bedden in aangebracht. De heer Tsjirkine, die ons zoo goed ontvangen heeft, doet ons uitgeleide te paard met alle Kozakken van het consulaat tot buiten de poorten; de vice-consul van Engeland voegt zich bij hem met acht prachtige hindoese ruiters, de lansiers van Bengalen.

Voor de laatste maal gaan wij door de drukke bazaars en de stille straten van Ispahan. Op een paar kilometer afstand van de stad neemt ons escorte afscheid van ons. Boven de bomen zien we nog heel lang den groten koepel van de grote moskee.

En in den langzame draf van onze paarden over het zand verwijderen we ons van Ispahan, dat we nooit zullen terugzien en wenden ons naar het Noorden, naar Teheran, naar Europa.

Dag en nacht gaat het nu voort door de woestijn en de bergen, bijna zonder ons op te houden. Overdag zijn onze landauers gesloten en bij nacht geopend. Wij blijven liggen op onze gemakkelijke matrassen en stappen alleen uit aan de halten, waarbij een paar uur worden verloren, want nu zijn bakhtiaarsche prinsen ons voor en nemen de paarden weg.

Wij hoorden aan een wisselplaats, dat onze vrienden Phérékyde een ongeluk hebben gehad, en dat midden in de woestijn een wiel van hun rijtuig gebroken is. Zij hebben op den middag zes kilometer te voet moeten afleggen door het zand, om een sjapar khané te bereiken. Zesendertig uren hebben ze er moeten wachten, tot het rad hersteld was in het stadje Natanz, dat 30 kilometer verder lag. Ze zijn ons dus nauwelijks één dag voor.

Te Kasjan, waar we lang op paarden moesten wachten, hielden we een siësta op onze veldbedden, maar ze werd verstoord door muskieten. Eindelijk was Koem bereikt, waar Keller en de Mercedes ons wachtten. Er was nog nooit een automobiel in Koem geweest. Om drie uur lieten we ons dan ook voor ons vertrek fotograferen aan den oever der rivier met als achtergrond, o heiligschennis, de heilige moskee!

Wij lieten Aimé met de bagage in Koem; hij zal 24 uur na ons in Teheran komen, en wij gaan op weg.

Hoe zal ik een denkbeeld geven van het genot, daar voort te vliegen met een snelheid van veertig kilometer in het uur in een uitmuntende automobiel op verende kussens! In zijn blijdschap over de herwonnen snelheid leidt Georges Bibesco ons in vliegende vaart over alle oneffenheden, die ons in het heengaan zoo hebben geradbraakt. Als het zoo voortgaat, zijn we nog dezen avond in Teheran en kunnen we, met het oponthoud erbij gerekend, in vijf uur de honderd-vijftig kilometer verslinden, die ons van de hoofdstad scheiden.

Werkelijk deden we er vijf en een half uur over, terwijl we er in het heengaan 25 uren lijden voor hadden doorgestaan.

Wij hadden drukke dagen met vaarwel zeggen, in Teheran, van de vrienden die we er hadden gemaakt, en met het per post expedieerden van onze bagage, die ons te Enzeli zal bereiken, zodat de beide dagen omvlogen.

Wij troffen er ook de Phérékydes, die ons hun avonturen vertelden en toen onmiddellijk in hun landauwer naar Resjt gingen.

Wij gingen naar Goelah-ek, waar de Russische legatie in den zomer is en naar Sjimran, waar de Engelse zaakgelastigde in den warmste tijd verblijf houdt. Dat zijn aan den voet der bergen heerlijke parken met veel water en fris groen, waar zelfs in de hondsdagen een verrukkelijke temperatuur heerst.

Op Donderdag 8 Juni waren we weer per auto op weg naar Resjt en de Kaspische Zee.

Het kostte veel moeite, om voor dezen laatste tocht in genoegzame hoeveelheid benzine te krijgen, en eindelijk slaagden we er in, het voer voor de auto te erlangen tegen een prijs, die overeenkwam met drie francs de liter.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *