1905 Met de auto van Boekarest over de Kaukasus

De moderne en allerkluchtigste verschijning in dit toneel is de automobiel van den Shah, want de vorst heeft een stoomautomobiel en twee Franse chauffeurs.

Waarvoor gebruikt hij zijn auto?

Niets zou aardiger wezen dan dat de grote koning van de snelste en nieuwste manier van reizen gebruik maakte, en bijvoorbeeld in Teheran in de auto stapte, om in een enkelen dag de 350 kilometers af te leggen, die de hoofdstad van de Kaspische Zee scheiden. Het zou mooi zijn, dat Zijne Majesteit de snelste man uit zijn rijk was. Men kan zich zoo voorstellen, wat een legenden dit bijgelovige volk zou spinnen rondom een Souverein, die de buitengewone macht bezat, om des morgens in Teheran en des avonds in Resjt te wezen.

Dat heeft de Shah niet begrepen. En buitendien heeft hij pijn in de lenden.

Hij bedient zich van de automobiel, zoals gij en ik een ziekenwagentje zouden gebruiken. Hij rijdt erin door zijn tuinen. Op den weg legt hij twintig of vijfentwintig kilometer per dag af. En dat gaat niet in een half uurtje. De soldaten moeten het rijtuig in stap kunnen volgen….

Zoo houdt de Shah, die om zeven uur in den morgen in de automobiel is vertrokken voor een reis van 800 kilometers, om tien uur op en heeft dan een twintigtal achter zich.

Overigens wisselt hij nog af en gebruikt de auto maar om den anderen dag. Ik denk, dat hij nu wel in het rijtuig zijn zal, om zijn getrouwe onderdanen van Kaswyn niet te verschrikken.

Eindelijk klonk tegen tien uur een kanonschot. De Shah is de stadspoort doorgegaan. Dadelijk daarna zien we een wolk van mensen aankomen, te voet en te paard, met lange stokken gewapend. Dat zijn de voorlopers van Z.M., die de menigte ordelijk opstellen. De belangstelling is trouwens maar matig.

Dan gaat een peloton voorbij van lieden van het keizerlijke huis, in scharlaken liverei met gouden brandebourgs; een majordomus stapt voor hen uit, een korte, dikke man, die onhandig zwaait met een dikken staf van tamboer-majoor; dan volgt een fanfarecorps te paard en Perzische Kozakken met een roden generaal aan de spits, en eindelijk in een [162]rijtuig met zes paarden de Koning der Koningen onder de half opgeslagen kap.

Hij was op zijn Europees gekleed en zag er zeer vermoeid uit; een oude afgeleefde dorpsnotaris leek hij wel.

Het kanon bulderde, maar de menigte juichte niet. Zij bleef onverschillig. Dat schijnt altijd zoo te zijn. De Perzen zijn nooit geestdriftig geweest tegenover de koningen of shahs, die hen nu al vijfentwintig eeuwen en meer regeren.

Tegen den middag waren wij weer op weg van Kaswyn naar Teheran. Wij kruisen nog de achterhoede van den Shah en ontmoeten al maar weer kamelen en muilezels. De weg, die tot Teheran door de woestijn leidt, is gruwelijk eentonig. Mijlen en mijlen lang gaat hij steeds rechtuit. De Elboersketen verrijst aan den linkerkant. Rechts ligt het eindeloze plateau van Iran. Er was geen boom, geen struik; niets dan stenen en zand, zoo ver het oog reikte. Aan de ene zij stonden de palen van de Russische telefoon en telegraaf, en aan de andere die van de Indo-Europese telegraaf, die uit Tabris en Odessa komt.

Alle 26 of 30 kilometer een posthuis met een paar bomen. Het duurt telkens wel een uur, eer we met de verse paarden wegrijden. Ondanks het voorbijgaan van den Shah waren we nog al gelukkig met het krijgen van paarden. Maar de ongelukkige beesten waren uitgeput van vermoeienis, en wij kwamen langzaam voort. Wij hoopten zonder tussenpozen de honderd-vijftig kilometer te kunnen afleggen, die ons van Teheran scheidden.

Toen we van Kaswyn vertrokken, hoopten we vóór middernacht in de hoofdstad te wezen. Nu is het vijf uur en we denken er niet voor het aanbreken van den morgen te zullen zijn. Maar we hielden vast aan ons besluit, om niet in een zastava te overnachten, en niet in een sjapar khané.

De warmte en de weerkaatsing van het felle zonlicht op den weg vermoeiden ons zeer. Wij kropen beiden onder de witte parasol van mijn metgezel. Te vergeefs beloofden we vorstelijke fooien aan de koetsiers, we komen toch nooit met groter snelheid dan tien kilometer in het uur vooruit.

Bij elke halt stapten we uit, om onze benen te strekken. Het werd donker en we waren nog onder weg. Daar moesten we over een rivier. Een der bogen van de brug was ingestort. De koetsiers verklaren, dat ze de doorwaadbare plek in donker niet kunnen vinden. Te vergeefs beloofde Emanuel Bibesco aan den postmeester, die Russisch verstaat, een zeer grote beloning; geen enkele koetsier durft op den bok klimmen. Zij zeggen maar, dat het onmogelijk is; dat wij door den stroom worden meegesleurd.

En zoo waren we genoodzaakt, de bagage af te laden voor een nacht in een sjapar khané.

Ons humeur was ver van prettig.

Het huis was nog al groot; wij liepen onder een poort door, dan door een tuin en langs gebouwen, terwijl een vriendelijke maan ons mooie bomen en bloemen vertoonde. Toen gingen we een trap op met te hoge treden en kwamen op terrasjes, waar een zilveren licht speelde. Daar werd ons een deur geopend van een kamertje met gewitte muren en dat er zeer zindelijk uitzag. Er stonden twee ijzeren ledikanten met twee strozakken, een tafel en twee stoelen.

Wij waren doodop van den langen dag in den zonneschijn, vroegen naar een samovar, haalden conserven voor den dag en sloegen de veldbedden op. Het was vochtig; we waren zeker aan een plas of een moeras.

Het was over middernacht, eer wij, in onze shawls gewikkeld, te rusten lagen. Ondanks de bedekking rilden we.

Maar we konden niet slapen, want onder het terras klonk een onophoudelijk gekwaak van kikkers. Hun muziek dreunde door den nacht; er waren soli en er waren koren, en nooit hoorde ik ze zoo krachtig en hoog. En nu begrijp ik die Heeren in de Middeleeuwen, die in den nacht hun lijfeigenen het water lieten slaan, om niet door de kikkers uit den slaap te worden gehouden. Ik had tot hier toe in dezen voorzorgsmaatregel een gril van dwingelandij gezien, het egoïst gevoel van een meester, die slaapt, terwijl anderen voor hem waken. De Perzische kikkers, die bij het maanlicht uit den treuren zingen, rechtvaardigen de wreedste maatregelen, die eertijds genomen werden, om aan de Europese zusteren het zwijgen op te leggen.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *