1905 Met de auto van Boekarest over de Kaukasus

In groepjes zag ik vrouwen met groten, zwarten sluier, die haar geheel omhulde. Onder den sluier is dan nog haar gezicht bedekt met een dunnen witten doek, waardoor ze kunnen zien, zonder te worden gezien.

Allen liepen kalm en deftig, zonder ongeduld; er was geen gedrang en geschreeuw; kooplieden boden kleine blokjes ijs aan voor twee centimes; anderen verkochten gedroogde vruchten of sigaretten.

Aan den voet van het paviljoen, waar ik mij op bevond, zaten een half dozijn nog al arme mensen; ze vormden een kring en vertelden elkaar geschiedenissen of grapjes. Het trof mij, hoe waardig dat alles toeging. Twee- of driemaal kwamen politieagenten van den gouverneur ze verspreiden; dan gingen ze zonder verzet uiteen, en vijf minuten later waren ze terug en hervatten het afgebroken gesprek. In hun buurt speelden kinderen, die de gevechten van den nationale held Rustem nabootsten.

Besproeiers goten water op het zware stof van de laan. Dat haalden ze uit de goten, die liepen langs wat bij ons de trottoirs zouden zijn. zoals de meeste Perzische steden, heeft Kaswyn een waterleiding, die van de bergen komt. De Perzen hebben altijd wonderlijk goed de kunst verstaan, om de bronnen op te vangen en ze onder den grond naar aanmerkelijke afstanden te leiden.

Op de daken der meestal lage huizen waren vrouwen en kinderen opgesteld, om te kijken.

Van zeven uur af kwamen lange rijen kamelen uit het keizerlijke kamp, dat twintig kilometer van de stad verwijderd was. Ze waren achter elkaar vastgebonden, in groepen van zes. De kameeldrijvers gilden, dat de menigte plaats zou maken; de klokjes, die de dieren aan den hals hadden, klingelden en ze liepen voort, zonder op te houden, met vooruitgestrekten hals. Dat zonderlinge beest boezemde mij veel belang in; het heeft iets melancholieks.

Die nu voorbijgingen, droegen tenten, pakken tapijten en zakken haver en gerst. Muilezels bij honderden volgden, daarna kwamen bagagewagens met talloze koffers, Europese en kleurige Perzische kisten. Bedienden van het hof in scharlaken liverei met gouden brandebourgs, soldaten en ambtenaren van de keizerlijke post met den zilveren leeuw op hun hoge muts van lamsvel dienden tot geleide voor de bagage. Die optocht duurde wel drie uren; er moeten wel vijftienhonderd kamelen en evenveel muildieren zijn voorbijgegaan. Ze hebben de wonderlijkste dingen op den rug; ik zag een schommelstoel met rieten zitting boven op den bult van een dromedaris; een kolossale muziekdoos op een muilezel, die eronder gebukt ging, een grammophoon en een aardglobe.

Daar kwam een klein, grijs mannetje aan met een bril en een puntbaardje, op een nietig ezeltje, beladen met een reuzenknapzak vol geheimzinnige voorwerpen, waartussen dreigend en hemelwaarts wijzend, een onmetelijk grote kijker opstak. Dat was de sterrenwichelaar van Z.M.

Om de schilderachtigheid en het levendige van het toneel nog te vergroten hielden ook de hoofden der bergstammen en de gouverneurs der grote dorpen uit de buurt hun intocht in Kaswyn, om den Shah op zijn doortocht te begroeten. Zij zijn gezeten op levendige, kleine paardjes, mooi opgetuigd, hebben het geweer en bandoulière en stappen in groepen van twaalf of twintig in de laan voort.

De Shah, die ons dit schouwspel bezorgt, reist tegenwoordig nog juist als vroeger Xerxes en Darius reisden. Niets of haast niets is veranderd in 2500 jaar, en als hij uit moet gaan, is dat een hele optrek.

Het is niet voldoende, dat hij een paar dozijn hovelingen bij zich heeft. Hij heeft een gevolg van bij de vijf duizend personen, de bevolking van een kleine stad, die gevoed en geherbergd moet worden. [104]De ministers en de hoge ambtenaren verlaten den Souverein niet, evenmin als de hovelingen, die hij gewend is elken dag te zien. De harem blijft te Teheran; Perzische vrouwen reizen niet in den vreemde.

Daar diegenen, die met den Shah reizen, personen van gewicht zijn, hebben zijzelf ook weer een gevolg, dat met hun rang overeenkomt. Ieder van die Heeren wordt vergezeld door een talrijken stoet van dienstbaren. In Perzië heeft iemand van rang minstens een twintigtal lieden, wier enige bezigheid is, elkaar, op hun hurken gezeten, eindeloze geschiedenissen te vertellen. Ieder hoveling heeft twee tenten nodig, een, waarin hij slaapt, en een andere, die vooruit wordt gezonden voor het kamp van den volgende dag, en zijn domestieken moeten ook hun tenten hebben.

Hij neemt verscheiden rijpaarden mee en evenveel palfreniers als paarden, dan kamelen, ezels voor het dragen van de tenten en de meubels, veel tapijten, een weelde, die een Pers niet ontberen kan, tapijten uit Kerman, Yezd of Ispahan, die bij de halten op den grond worden uitgespreid; twee of drie koffers, waarop in heldere kleuren allerlei versieringen zijn aangebracht. En daar de reis door de woestijn plaats heeft, moeten ook levensmiddelen worden meegenomen. Eindelijk waken een duizendtal soldaten voor de veiligheid van den Shah.

De reis om aan den Russische spoorweg te komen duurt twee maanden, want Z.M. houdt er niet van, meer dan twintig kilometer per dag af te leggen. En bij die snelheid zucht Zij nog, en als men in steden als Kaswyn of Resjt is aangekomen, wordt verscheiden dagen uitgerust.

Een teheransch paleis.

Aan den oever van de Kaspische Zee neemt de Shah niet de boot. Hij houdt niet van de zee en in het algemeen niet van water. Een waarzegster heeft hem eens voorspeld, dat hij door het water sterven zou. En sedert dien tijd vermijdt de Shah de zee, de rivieren en zelfs de beekjes. Wij zijn over de Moerdab gevaren; daar waagt de Shah zich niet op. Hij volgt een zandige weg, die pas is gebaand en die langs een groten omweg naar Enzeli voert. Onze automobiel zal daarvan profiteren.

Wat moet de waarzegster lachen, als de Shah, in plaats van op een der uitstekende stoomboten van de Russische maatschappij naar Bakoe over te steken, over land de lastige reis doet langs de Kaspische Zee op een nauwelijks gebaande weg door een streek, die veel koortsachtiger is dan Perzië. De tocht naar Bakoe duurt dan drie weken en met de boot slechts vijftien uren.

Aan de Russische grens laat hij dan 4500 personen en een onnoemelijk aantal kamelen en muildieren achter. Er blijven dan slechts een vijftigtal ministers en hovelingen over, om mee naar Europa te gaan. Dat leger van volgelingen wordt gevreesd in de landen, die worden doorreisd. De bedienden van den Shah dragen een schitterende uniform, maar ze ontvangen zelden hun loon. Zonder dat is men van oordeel, dat het al genoeg eer is, de keizerlijke uniform te mogen dragen. Zij moeten zich maar zien te redden. Als ze aankomen, nemen soms de bewoners de vlucht, en de kameeldrijvers verlaten den weg met kamelen en muilezels.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *