2004: Naar Roemenië, dit keer met mijn dochter

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Eindelijk konden we vertrekken, de stad uit en het land in. De honger had inmiddels flink toegeslagen en in een buitenwijk van Boekarest werd de nieuwe Mac Donalds bestormd. 4 Big Mac Menu’s rijker en 8 Euro armer reden we richting Bradetu, ik ging weer lekker naar “huis”. Laat in de avond kwamen wij aan in Bradetu, iedereen was al met de kippen op stok en wij ploften ook doodmoe in ons bed, (een exacte copie uit een hoog bejaarde Ikea-gids, die de meubelmaker verderop in het dorp had nagemaakt)  het was een lange dag geweest.

De volgende morgen zakte ik meteen, met Marloes in mijn kielzog, af naar de sjofele ferma van Constanza en Alexandru. Constanza stoof met een gil naar buiten en vloog snikkend om mijn nek, Marloes kreeg verbouwereerd dezelfde begroeting. Ze was er beduusd van maar liet het met een scheef lachje over zich heenkomen. Ik had haar al gewaarschuwd voor dit soort taferelen. Alexandru miste de hele begroeting, die was even naar het dorp om brood te halen, Wij werden meteen de boerderij ingetrokken en Marloes ging voorzichtig over de drempel. Stomverbaasd keek ze om zich heen. “MAM, wonen ze hier?” Ze had moeite om het bevatten, maar ach, ik wist dat het wel zou wennen.

Marloes wende hoor, en al heel snel. Alexandru kwam schuifelend thuis en eenzelfde begroeting als die van Constanza viel ons ten deel. Marloes genoot van alle aandacht en stelde zich al gauw open voor de hartverwarmende aandacht van mijn ouwetjes. Ze vond het allemaal geweldig, maar was ook een beetje verdrietig omdat “opa en oma in zulke armoedige omstandigheden leefden”! Ik legde uit dat dat in heel Roemeniė zo ging op het platteland en dat ze niet anders gewend waren. Met de flexibiliteit van een nuchtere Hollandse tiener werden deze gegevens opgeslagen in de hersentjes en accepteerde ze de boel zoals het was.

En ook Marloes genoot met volle teugen van het oh zo stille dorpsleven. Er kon heerlijk op de weg worden gekeet zonder op het verkeer te letten, zomaar bij de rivier steentjes gooien en de “toegangsweg” naar de boerderijtjes had ook voor haar zo zijn charmes. Er kwamen nog een paar koeien uit de bergen naar beneden zakken en ze schrok zich een hoedje. Ik word door een paar beesten “achtervolgd”, zo kwam ze hard hollend naar beneden. We hebben schaterend naar het tafereel staan kijken.

Dinsdag 7 september stapten Nae en ik in de auto en gingen met Marloes richting de imposante Vidraru-stuwdam. Angela bleef thuis, ze had hoofdpijn en ging voor die avond een lekkere maaltijd klaarmaken.

Marloes vond het doodeng die hoge dam, wilde niet op de roestige uitkijktoren en zocht bescherming bij Nae.

De tocht ging verder, over kronkelige haarspeldwegen helemaal om het Vidrarumeer heen en hoog de bergen in. Een schitterend berglandschap openbaarde zich aan ons, watervallen zomaar langs de weg, we genoten van die rit. Het eindpunt was Balea Lac, op 2400 meter hoogte. Een bergpas met een prachtig meer. We hebben daar heerlijk gegeten (met zijn 3-tjes voor 4,50 Euro) en urenlang rondgestruind bij het meer en in de bergen.

Het was een wonderschone dag en we hadden als “stadsmensjes” dan ook volop genoten van de wonderschone natuur.

De dagen daarna ging Marloes in Bradetu van hand tot hand en van ferma tot ferma . Ze maakte kennis met de hele goegemeenschap en voelde zich ook als een vis in het water, net als ik. Maar het allerliefst was ze toch bij Constanza en Alexandru want die hadden een heel klein poesje Gigi, in training als muizenvanger. Urenlang zat ze op het erf met Gigi en zag de armoede om haar heen niet meer. Alleen naar de wc gaan, dat deed ze toch maar liever niet op Alexandru’s airco-gat. Gelukkig is casa Pascu wel voorzien van een moderne pot.

Helaas was de tamme wolf Kojak overleden, ik had haar graag kennis willen laten maken met een “wild” dier. Als vervanging voor Kojak had Droghita een hondenpuppie gevonden en liefdevol in huis opgenomen. Wat een leuk beestje was dat, Marloes was er helemaal verliefd op.

We hebben nog veel gezien en gedaan die paar dagen in Bradetu. Van een ware survivaltocht door de grotten van Baia de Fier, tot aan het middeleeuwse complex in Maldaresti bezocht.

Het was super, maar we waren altijd weer blij om terug te zijn in “ons” dorpje bij Constanza en Alexandru.

Na een paar dagen gingen we weer verder en er werden tranen met tuiten gehuild. Zelfs Marloes wilde eigenlijk niet weg, maar we hadden nog een afspraak met Nicu en Joana in Cheia. Die zaten te springen van ongeduld in hun oh zo mooie bergdorp.

Na de allerlaatste kiekjes in Bradetu ging de reis naar Cheia, via Bran, want natuurlijk moest Marloes het kasteel van Dracula bekijken. Wat was het veranderd daar. Het kasteel was nog wel hetzelfde hoor, maar er was nu een compleet circus omheen gebouwd. Tientallen souvenierwinkeltjes, een Dracula-bar, een Dracula-bazar, een Dracula-pension. En helemaal vol met toeristen. Marloes vond het wel wat, eindelijk fatsoenlijke souveniers, en alles natuurlijk spotgoedkoop. Met moeite kregen we haar de auto weer in, want het was nog een heel eind tuffen naar Nicu en Joana in Cheia.

Na een lange dag kwamen we dan eindelijk aan in Cheia en Nicu stoof jodelend zijn houten chalet uit. MONICA werd er vol enthousiasme geschreeuwd. NICU kakelde ik vanaf de weg terug en hij vloog om mijn nek. Zijn grote vriendin was er weer en het gekus begon opnieuw. Joana sloot meteen Marloes in haar armen, die het hele gedoe met een grijns stond te bekijken. Ze was inmiddels wel gewend geraakt aan alle enthousiaste zoenen van de diverse Roemenen en liet het weer gedwee over zich heenkomen. Berglucht maakt hongerig en al gauw zaten we weer gezellig met zijn allen aan tafel, ditmaal binnen want het was ‘s-avonds al erg koud in Cheia (laat die avond stond de thermometer al op -5 graden).

De volgende ochtend werden wij al vroeg het bed uitgetimmerd want we gingen naar de “Moddervulkanen” van Paclele Mari. Dat was een heel eind rijden, wel 2 uur, door een onherbergzaam landschap en over moeilijk begaanbare wegen. Nou, dat hebben we geweten. De rit duurde 4 uur en we keken onze ogen uit. Zo verlaten en geļsoleerd daar, af en toe een zeer armoedig hutje met straatarme mensen op de vieze erfjes, een reusachtige hooiwagen met twee magere ossen ervoor, zigeuners bedelend langs de weg. Het was een heel avontuur, en we wisten eigenlijk ook niet goed wat we ons bij “moddervulkanen” moesten voorstellen. Was deze monsterlijke rit wel de moeite waard?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *