Klederdracht

Thema’s > Klederdracht

De meeste Roemenen zijn trots op hun oude gewoonte. Zo dragen zij bijvoorbeeld graag de kleding uit hun eigen landstreek. Vooral op het platteland worden de gewoonten in ere gehouden. In de steden gaan de meest mensen natuurlijk westers gekleed. Net zoals bijvoorbeeld in Volendam bij ons in Nederland.

In enkele gebieden van Roemenië leven de mensen zo geïsoleerd dat ze zich er niet van bewust zijn dat ze in klederdracht rondlopen. Hoewel ook hier de westerse standaardmode snel terrein wint, zijn er in de Apusenen en de Maramures nog genoeg dorpjes waar streekdrachten een essentieel onderdeel van de cultuur uitmaken. In de grote steden gaan de mensen gekleed in westerse kleding.

Kleine variaties in patronen en kleuren drukken verschil in afkomst en aanzien uit en moeders zien er nauwlettend op toe dat dochters niet te veel handwerkkundige nieuwigheidjes lenen van naburige dorpen.

De Roemeense mannen dragen een shirt gemaakt van wit vilt of van wit linnen, de broek volgt losjes de lijnen van het lichaam. Lange laarzen worden gedragen in de vrije tijd, laarzen tijdens de weekdagen. Het zeer brede witte shirt hangt op de knieën maar is ingesnoerd door een versierde band op de taille. Een zwart vest wordt gedragen over het shirt, een bont jack wordt erover gedragen in de winter of bij koud weer. OP het hoofd dragen de Roemeense mannen een kleine zwarte hoed met rand in de winter en de hoge bont-cap in de winter.

Het brede gekleurd shirt geborduurd op de schouders en de geborduurde ondershirt van de Roemeense vrouw voldoet niet alleen als ondergoed maar het komt ook gedeeltelijk in de plaats van de blouse en, in mindere mate, ook de rok. Het shirt en het ondershirt zijn ingesnoerd met een brede gordel met patroon geweven van wol. Dan wordt de langwerpige wollen “Fota” getwist rond de taille boven de gordel. Dit rok-achtige stuk stof is vastgezet met een mooi smal patroon wollen band ( “berniots”) boven de taille. Het kralensnoer met linten worden alleen gedragen door de jonge vrouwen. In de winter, dragen de Roemeense vrouwen een jas of bontjas die net een beetje onder de knie valt. Alleen de oudste vrouwen lopen in jerkins van vilt of schapenvachten bontjassen, “cojoc”, tot aan de enkel.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *