Kalotaszeg

Plaatsen > Kalotaszeg

Kalotaszeg is een streek aan de oostelijke rand van het Apuseni gebergte. De Kalotaszeg streek ligt ten westen van de stad Cluj Napoca. De streek is zo genoemd door de etnische Hongaren die zich hier vestigden en de streek koloniseerden in de 11e eeuw. De naam Kalotaszeg is afgeleid van een Hongaarse volksstam die zich de Kalota noemden.

De Kalotaszeg streek is een heuvelachtige streek met ongeveer 40 dorpjes verspreid tussen de bossen en velden en langs de rivieren. Het centrum is Huedin (Banffyhunyad), gedurende de middeleeuwen een belangrijke stad. In de Kalotaszeg streek liggen zowel Hongaarse als Roemeense dorpen. Vandaag de dag is de streek heel belangrijk voor de Hongaarse cultuur omdat heel wat typische gebruiken en tradities hier sterker overleven dan in Hongarije zelf.

Oorspronkelijk was het Apuseni gebergte gekoloniseerd door de Hongaren en deze vormen nog steeds de belangrijkste etnische groep. Daarnaast zijn er de Moti, een volksgroep die van de Kelten afstamt. Ze wonen vooral in de hogere regio’s van het Apuseni Gebergte waar ze zich gespecialiseerd hebben in het bewerken van hout en het maken van houten voorwerpen. En dan zijn er natuurlijk de Roemenen die zich oorspronkelijk gedurende de middeleeuwen in de gebieden vestigden waar de Hongaren niet actief waren, meestal de hogere gebieden waar de landbouw niet tendeerde. Later vestigden ze zich ook rond de Hongaarse dorpen. In veel steden werden ze echter niet toegelaten. Ze dienden meestal de rijkere Hongaren, of waren schaapherders en houtvesters.

Omdat de Roemenen in die tijd geen stenen huizen mochten bouwen en ook weinig actief waren in het bestuur van Transylvanië tref je weinig oude Roemeense gebouwen of monumenten aan in Transylvanië. Slechts enkele kerken hebben de tijd overleefd, de meeste zijn te vinden in het zuid oosten van het Apuseni Gebergte. Het zijn eenvoudige houten kerken. Stenen kerken mochten helemaal niet gebouwd worden.

Dan hebben we nog de 2e belangrijkste etnische groep: de zigeuners of Roma zoals ze zichzelf noemen. (Roma heeft niets te maken met Roemenie, maar wordt in het buitenland vaak verward en daarom denken veel mensen dat alle zigeuners uit Roemenie komen.) De zigeuners komen oorspronkelijk uit een landstreek op de grens van Pakistan en India. Ze zijn reeds gedurende de middeleeuwen naar Europa gekomen. Nog altijd blijken ze maar weinig interesse te tonen om zich te integreren. Hun levensstijl als nomaden stoort de lokale bevolking. Slechts 10% van de zigeuners oefent werkelijk een beroep uit en slechts een klein gedeelte van de kinderen gaat naar school. Heel wat van hen leven in miserabele omstandigheden maar niet allemaal. Er is een kleine groep onder hen die enorm rijk is, maar slechts weinig solidariteit toont met de arme zigeuners. Oplossingen zijn er niet, ook niet na immense financiële inspanningen.

Tussen de Roemenen, Hongaren en de Moti zijn er geen spanningen. Een paar maal hebben kleine groepen nationalisten na de wereldoorlogen en na de revolutie geprobeerd de mensen tegen elkaar op te zetten maar dit is grotendeels mislukt. Ook in het verleden was Transylvanië een schoolvoorbeeld dat ook verschillende godsdiensten vredig samen konden leven.

Etnografen claimen dat de Kalotaszeg streek de meest artistieke en kleurrijke volksdracht ten toon spreidt in Transylvanië. Kinderen en jongere meisjes dragen roze en rood, gehuwde en oudere vrouwen bordeaux rood, donker groen en zwart. Aan het einde van de 19e eeuw hadden de vrouwen rode lederen laarzen met daarop een tulp geborduurd. De mannen dragen wijde prachtig versierde capes “Cifraszur’ genaamd. Ze zijn gemaakt van vilt en rijkelijke geborduurd in goud of zwart. De meest populaire hemden zijn wijd en de mouwen en kraag zijn geborduurd. Voor het dagelijks gebruikt worden wel nauwere hemden gedragen. Een hoed maakt ook deel uit van het feest kostuum en deze is versierd met een soort pluim. Dit is eigenlijk een plant genaamd “arva lanyhaj” (vertaald: het haar van het weesmeisje.) De oudere generatie draagt nog steeds hun traditionele kledij wanneer ze naar de kerk gaan, de jongere generatie enkel bij hoogdagen.

De mensen in de streek schilderden traditioneel hun meubilair. In het bijzonder het meubilair van de speciale kamer. Meestal werd alles in een dominerende helle achtergrond kleur geschilderd (groen, blauw of rood) waarop dan levendige bloemmotieven en versieringen in contrasterende kleuren werden aangebracht. Sommige dorpen hadden hun eigen stijl en gebruikten dezelfde achtergrond kleur. In het dorp lzvoru Crisuiui is dit licht blauw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *